Benoemde stijlen

Benoemde stijlen zijn reeksen stijlkenmerken die u kunt bewaren en op elk deel van de opbouw kunt toepassen. Als een benoemde stijl wordt gewijzigd, wordt ook alle tekst waarop die stijl is toegepast overeenkomstig gewijzigd.
De benoemde stijlen die op een bepaald document zijn toegepast, zijn blijvend aan alleen dat document gekoppeld en gaan dus mee wanneer het bestand wordt verplaatst of naar iemand anders wordt verstuurd. Benoemde stijlen kunt u slepen tussen de stijlenpaletten van verschillende documenten en u kunt documentsjablonen aanmaken met daarin benoemde stijlen die u vaak gebruikt.
De benoemde stijlen voor een document kunt u vinden in de onderste helft van het stijlenpalet dat zich in de lade bevindt.
In OmniOutliner Standard kunnen benoemde stijlen worden bekeken en bewerkt, maar alleen in OmniOutliner Pro kunt u nieuwe benoemde stijlen aanmaken.
Een benoemde stijl aanmaken
  • Klik op de knop met het plusteken onder het stijlenpalet.
  • Stel in de infovensters 'Weergave' en 'Rij' de gewenste stijl in.
Een benoemde stijl op een tekst toepassen
  • Selecteer de tekst die u wilt opmaken.
  • Sleep de gewenste stijl van het stijlenpalet naar de selectie, of druk op de functietoets die naast de benoemde stijl staat afgebeeld, of selecteer de benoemde stijl in het venstermenu Stijlen in de liniaal.
Een benoemde stijl bewerken
  • Selecteer de benoemde stijl in het stijlenpalet.
  • Bewerk de stijl in het infovenster 'Weergave' of 'Rij'.
Een benoemde stijl verwijderen
  • Selecteer de benoemde stijl in het stijlenpalet.
  • Klik op de knop met het minteken onder het stijlenpalet.